Wet VDAR, schijnzelfstandigheid: waar moet je op letten?
Op 18 juni 2026 is de wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aangenomen. Deze is deels gebaseerd op de VBAR. Vanaf dit jaar controleert de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. En de overheid is bezig om een Zelfstandigenwet in te voeren om meer duidelijkheid te geven aan opdrachtgevers en ZZP-ers.
In dit artikel vind je handvatten om te bepalen of je als ondernemer werkt of als werknemer wordt gezien. De inhoud van dit artikel is gebaseerd op het webinar van Oskar Barendse en de KNAB Bank.
5 onderdelen om schijnzelfstandigheid te bepalen:
1. wie stuurt je aan
2. ben je ingebed in de bedrijf waar je werkt
3. loop je ondernemersrisico
4. hoe werk je in de praktijk
5. werk je aan een resultaat of vervul je een functie
1.
Bepaalt je opdrachtgever dagelijks waar, wanneer en hoe je moet werken? Dat is een rode vlag en duidt op werknemerschap!
2.
Doe je mee met de teamvergaderingen, bedrijfsuitjes en bijzondere beloningen, dan maak je al snel deel uit van het bedrijf.
3.
Doe je zelf je acquisitie, ben je zichtbaar als ondernemer (b.v.. via een website en reclame), zorg je voor je eigen opleiding en vakkennis? Dan duidt dit op ondernemerschap.
4.
Op papier kun je van alles vastleggen, maar werk je ook zo de praktijk? Zorg ervoor dat er geen (grote) verschillen zijn tussen afspraken en hoe je daadwerkelijk werkt.
5.
Zorg ervoor dat je opdrachtgever je beoordeelt en afrekent op basis van vooraf afgesproken resultaten in plaats van dat je een functie vervult
Op grond van de huidige stand van zaken in het dossier VBAR/schijnzelfstandigheid is het essentieel dat je voorafgaand aan een opdracht al opereert als ondernemer, dat je opdracht gebaseerd is op resultaat ipv. een functie, je opdrachtgever je niet aanstuurt en je geen functie vervult.